Infrarood in het elektromagnetisch spectrum
Infraroodstraling is een vorm van elektromagnetische straling, net als zichtbaar licht, radiogolven en UV-straling. In het spectrum bevindt infrarood zich direct naast zichtbaar rood licht, met golflengtes tussen 0,7 micrometer en 1.000 micrometer. Het woord "infrarood" betekent letterlijk "onder rood" — het ligt net onder de frequentie van rood licht, onzichtbaar voor het menselijk oog.
Warmteoverdracht: straling vs. convectie vs. geleiding
Er bestaan drie manieren om warmte over te dragen. Geleiding is direct contact (een warme kop thee in je hand). Convectie is warmteoverdracht via lucht of vloeistof (een radiator verwarmt lucht die opstijgt). Straling is warmteoverdracht via elektromagnetische golven, zonder tussenkomst van lucht of contact. Infraroodpanelen werken uitsluitend via straling.
Het fundamentele verschil: bij convectie moet eerst de volledige luchtmassa in een ruimte opgewarmd worden voordat jij warmte voelt. Bij straling ontvang je de warmte direct — de lucht fungeert niet als tussenpersoon. Daarom voel je het effect van een infraroodpaneel al binnen enkele minuten na inschakelen.
Absorptie en emissie
Wanneer infraroodstraling een object raakt (muur, vloer, meubel, je lichaam), wordt de straling geabsorbeerd en omgezet in warmte. Het verwarmde object straalt op zijn beurt weer warmte uit naar de omgeving — dit heet secundaire emissie. Zo ontstaat een gelijkmatige warmteverdeling: muren, vloer en meubels worden warmtebronnen die geleidelijk de lucht rondom hen verwarmen.
Daarom: In een infrarood-verwarmde ruimte zijn muren en vloer warm aanvoelen, terwijl bij convectie de lucht warm is maar muren koud blijven. Dit verschil verklaart waarom je je bij infrarood comfortabel voelt bij een lagere thermostaat-instelling.
Efficiëntie: waarom minder energie nodig is
Een infraroodpaneel zet meer dan 95% van de verbruikte elektriciteit om in infraroodstraling. Er zijn geen bewegende delen, geen watercircuit, geen verbrandingsverliezen. De warmte gaat rechtstreeks naar waar ze nodig is: de objecten en personen in de ruimte. Bij een conventioneel systeem gaat energie verloren via het rookgaskanaal (gasketel), leidingverliezen, en het onnodig verwarmen van lucht aan het plafond.
Bovendien houden verwarmde muren en objecten warmte langer vast dan verwarmde lucht. Wanneer je een raam openzet, verdwijnt de warme lucht direct bij convectie. Bij infrarood behouden de muren hun warmte en hoeft het paneel na het luchten minder hard te werken om de ruimte weer op temperatuur te brengen.
De rol van oppervlaktemperatuur
De oppervlaktetemperatuur van een infraroodpaneel voor huishoudelijk gebruik ligt tussen 85°C en 120°C. Dit is warm genoeg om effectieve lange-golf straling te produceren, maar veilig genoeg om brandgevaar uit te sluiten. Ter vergelijking: een gloeilamp bereikt 200-250°C, een fornuisplaat 300°C+. Een infraroodpaneel is veilig om kort aan te raken, hoewel langdurig contact uiteraard oncomfortabel is.